‘Cultuurbeleid gaat niet alleen over schoonheid, maar ook over de gebruikswaarde en toekomstwaarde van het landschap.’

Jandirk Hoekstra,
Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit van de
provincie Noord-Holland

 

Interview Jandirk Hoekstra

Cultuur als linking pin

De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie wordt vernieuwd.
Jandirk Hoekstra, Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit van de
provincie Noord-Holland, legt uit wat er verandert en waarom.

 

‘Initiatiefnemers kunnen met de huidige leidraad veel kanten op. De praktijk is dan ook dat ze zich doorgaans in hun plannen beperken tot het beschrijven van de landschappelijke en culturele waarden. Met de nieuwe leidraad geven we ze handvatten om ook tot kwaliteit van hun plan te komen. Aan de hand van ontwikkelprincipes beschrijven we hoe nieuwe ontwikkelingen ingepast kunnen worden, op zo’n manier dat de kwaliteit van het landschap behouden blijft of erop vooruit gaat.’
Hoe gaat dat in de praktijk? ‘Stel: een ondernemer wil een stolpboerderij herontwikkelen tot appartementen, maar de stolp alleen is te klein voor een levensvatbaar plan. Bijbouwen ligt voor de hand. Je wilt echter niet dat het hele erf wordt “dichtgeplakt” met bijgebouwen. Een ontwikkelprincipe kan dan zijn: je mag niet meer dan een kwart van het erf bebouwen.’

 

 

Gaten in het gebit
Over de cultuurhistorische waarde van stolpboerderijen valt uiteraard veel meer te vertellen: deze piramides van de polder zijn ook op een hoger schaalniveau kwaliteitsbepalend en daarmee van provinciaal belang. ‘De stolpen vormen een structuur. Je kunt er niet zo maar een paar slopen, dan ontstaan er als het ware gaten in het gebit.’ Stolpen illustreren daarmee het belang van cultuurbeleid op provinciale schaal. ‘Waar andere partijen vanuit een bepaald thema kijken of vanuit geografische grenzen, overziet de provincie het grotere geheel en brengt alles bij elkaar: cultuur dient hierbij geen eng belang, maar is juist de linking pin: cultuurbeleid gaat immers niet alleen over schoonheid, maar ook over de gebruikswaarde en toekomstwaarde van het landschap.’