Henry Hope

Henry Hope

Henry Hope werd in 1735 in Boston geboren, zijn vader was 5 jaar eerder naar Amerika geëmigreerd. Henry senior stuurde zijn zoon op 13 jarige zoon op jonge leeftijd naar Europa om zijn (culturele) opvoeding te voltooien. In 1762 werd de jonge Henry vennoot in het handelshuis van zijn ooms in Amsterdam, de firma Hope en Co. Commercieel gezien was Henry de meest bekwame van de vennoten, Hope en Co. groeide uit tot een machtige financiële instelling die ook Catherina de Grote van Rusland tot haar clientèle mocht rekenen.

De man achter de bankier

Henry leefde voor en door Hope & Co. De invloed van zijn bank en zijn persoonlijke rijkdom maakten hem een beroemdheid in zijn tijd. Net als sommige moderne bankiers ontving Henry een royaal salaris dat hij graag besteedde aan de goeden dingen des levens. Dat bracht hem niet alleen in contact met noodlijdende vorsten maar ook met kunstenaars en wetenschappers. Benjamin Franklin was bij hem te gast,evenals Thomas Jefferson en John Adams. De baanbrekende econoom Adam Smith droeg zelfs de vierde editie van The Wealth of Nations aan Henry op. Naast wetenschappelijke interesses was Henry verzot op kunst en theater; hij, steunde het Franse theater en was een fervent verzamelaar van o.a. Hollandse meesters.

Henry bracht zijn collectie meestwerken in eerste instantie onder in zijn huis aan de Keizersgracht 448 (direct naast zijn bank), maar dat werd al snel te klein. In 1785 besloot Henry tot de bouw van een enorm buitenhuis bij Haarlem. Welgelegen werd een bijzonder neoclassistisch gebouw voorzien van zuilen en standbeelden. In het rijkelijk gedecoreerde interieur bracht Henry zijn enorm collectie schilderijen onder. Hij leefde er – buiten bedienden – helemaal alleen: Henry zou nooit trouwen of kinderen krijgen.

Bankier op de vlucht

De sympathiën van de familie Hope lagen bij de monarchie en de Orangistische Partij. De onrust groeide in Europa, in Frankrijk namen revolutionairen het over van koning Lodewijk XVI, en ook in Nederland werd de roep op democratie en politieke hervorming steeds luider. Henry probeerde in het openbaar de schijn van neutraliteit op te houden. Hij sprak zich niet uit voor de ene of andere partij, maar had wel meermaals de prins van Oranje op bezoek.

Met het oprukken van de revolutionaire legers van Frankrijk in 1794, liet Henry de neutraliteit varen en koos hij eieren voor zijn geld. Hij vluchtte het land uit en liet het oude hoofdkantoor in Amsterdam achter. Op zijn vlucht nam hij honderden schilderijen uit zijn collectie met zich mee. In Londen zette hij zijn bankierswerk voort.. Henry stierf in 1811 op 76-jarige leeftijd in zijn Engelse onderkomen;