Wilhelmina van Pruisen

Wilhelmina van Pruisen,
een daadkrachtige vrouw

Prinses Frederika Sophia Wilhelmina werd geboren op 7 augustus 1751 in Berlijn als dochter van prins August Willem van Pruisen en hertogin Louise Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel. Ze groeide op aan het hof van Frederik de Grote, de koning van Pruisen, de broer van haar vader. Wilhelmina was een daadkrachtige vrouw die was opgevoed om te heersen. Dat bleek ondermeer nadat ze op 16-jarige leeftijd trouwde met de 19-jarige Willem V, erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

De energieke prinses voelde zich betrokken bij de taken van haar man. Van meet af aan bevond het jonge paar zich op het onrustige politieke toneel van de 18e eeuw. Het land stond voor grote problemen door de omwentelingen in de machtsverhoudingen binnen Europa. Willem V was daar niet tegen opgewassen en verloor steeds meer gezag en terrein.

Onder druk verliet hij in 1786 Den Haag om zich met zijn gezin in Nijmegen te vestigen.

Gevangenschap in Goejanverwellesluis

Een jaar later ondernam prinses Wilhelmina ‘incognito’ een reis om met de Staten van Holland te praten over de terugkeer van de stadhouder, haar man. Zij werd echter aan de Vlist door de patriotten tegengehouden. Dat was op 28 juni 1787. Gewapende burgers brachten haar naar een boerderij in Goejanverwellesluis, waar zij gevangen werd gehouden.

Tijdens haar gevangenschap schreef ze een brief aan de Staten van Holland. Ze gaf daarin aan dat ze naar Den Haag wilde reizen om met de Staten van Holland te spreken, teneinde een dreigende burgeroorlog te voorkomen. Hun antwoord bleef uit, waarop Wilhelmina terugkeerde naar Nijmegen.

Frederik II, de nieuwe koning van Pruisen en broer van Wilhelmina, nam de belediging aan het adres van zijn zuster zo hoog op, dat hij met een leger van ruim 20.000 man bij Nijmegen het land binnenviel en optrok tot aan Den Haag. Van serieuze tegenstand was geen sprake. Door deze militaire ingreep keerde de rust in Holland terug en werd het stadhouderlijke gezag hersteld.

Wilhelmina, een dame met humor

Wilhelmina ontving in haar Haarlemse paleis graag haar kleinzoons, maar nodigde er ook hooggeplaatste gasten uit, waaronder tsaar Alexander I van Rusland toen deze op doorreis was naar Engeland. Volgens de overlevering ontving zij hier ook Cornelis Johan de Lange, een oude bekende. Hij was in 1787 de commandant van de patriotten die Wilhelmina in Goejanverwellesluis hadden vastgehouden. Bij hun begroeting zou ze grappend gezegd hebben: “Heden is Mijnheer mijn gevangene. Ik verwacht U aan mijn tafel.” Een mooi voorbeeld van haar gevoel voor humor.

 

De Willemijntjeskamer

De privévertrekken van de prinses bevonden zich in de Dreefvleugel. De Willemijntjeskamer is een betrekkelijk kleine kamer met een nis voor het bed. Sinds het begin van de 20e eeuw is deze ingericht als de Prinsessen- en later als de Willemijntjeskamer.

Slaapkamer met nachtslot

Echt authentiek is het nachtslot in de Willemijntjeskamer. Zij verbleef daar zomers maandenlang alleen met haar dochter en het nachtslot zorgde voor een veilig gevoel en een goede nachtrust.

Bij de inrichting werd steeds gebruik gemaakt van uiteenlopend meubilair dat op Welgelegen voorhanden was. Rond 1900 bevond zich in de alkoof een bed dat door de prinses werd aangeschaft toen zij in 1814 Paviljoen Welgelegen als haar zomerverblijf betrok.

Na meer dan vijftig jaar werd het bed uit de kamer verwijderd en opgeslagen in het depot van het Frans Halsmuseum. De kamer werd vervolgens ingericht met empire meubels, afkomstig uit de voormalige ambtswoning van de commissaris van de Koningin, Huis Barnaart aan de Nieuwe Gracht in Haarlem.

Bij de restauratie in 2007/2009 is de kamer in ere hersteld en weer ingericht met meubels die voorkomen op de inventarislijst uit de tijd waarin Wilhelmina van Pruisen op Paviljoen Welgelegen verbleef. Ook het ledikant uit 1814 heeft zijn oorspronkelijke plaats in het paviljoen weer teruggekregen.

De houten wanden en deuren zijn roomwit geschilderd en voorzien van verguld lijstwerk. Voor de stoffering is gekozen voor een witte diemit stof (katoen). De bovendeurstukken zijn schilderingen geïnspireerd op gravures van de Franse schilder en graficus François Boucher (1703-1770).