Historie

Bouw van het Paviljoen

Bankier en kunstliefhebber Henry Hope liet het buitenverblijf Welgelegen bouwen om er zijn kunstcollectie in onder te brengen. 
Tussen 1769 en 1785 kocht de Amsterdamse bankier Henry Hope (1735-1811) grond en huizen op ten noorden van de Haarlemmerhout. De huizen werden afgebroken zodat op de vrij gekomen grond de buitenplaats Welgelegen kon verrijzen. Het ontwerp van dit uitzonderlijke huis wordt toegeschreven aan de stadbouwmeester van Amsterdam, Abraham van der Hart. Met de gemeente Haarlem kwam Hope een herbeplanting overeen van de Haarlemmerhout, zodat het prestigieuze huis goed zichtbaar was vanuit het stadsbos. Hope richtte het huis in als zijn privémuseum en ontving er zijn gasten en zakelijke relaties.

De architectuur

Lange tijd werd aangenomen dat Michel (de) Triquetti (1748-1821) de architect was van het in neoclassicistische stijl opgetrokken gebouw. In 2007 werden echter, in het archief van de firma Hope & Co, een aantal betalingen aangetroffen die in opdracht van Henry Hope zijn gedaan aan de toenmalige stadsbouwmeester van Amsterdam, Abraham van der Hart (1747-1820). De eerste betaling aan Van der Hart vond plaats in februari 1785 en bedroeg 3.600 gulden. Er zouden nog vier betalingen volgen, waarvan de laatste in oktober 1790. Tussen 1785 en 1790 zijn er geen andere bouwprojecten van Henry Hope bekend, waardoor het aannemelijk is dat Abraham van der Hart de ontwerper is van Welgelegen.

Tot op de dag van vandaag zijn er echter geen bouwtekeningen gevonden van Welgelegen. Aangenomen wordt dat Hope het bouwdossier tijdens zijn vlucht in 1794 naar Londen heeft meegenomen en dat het daar is zoekgeraakt.

De Vissenkamer

Deze kamer dankt zijn naam aan de gestileerde vissen die verwerkt zijn in de glas-in-loodramen. Wat niet iedereen weet, is dat de glas-in-loodramen jaren op de zolder hebben gelegen en dat pas bij de restauratie van 2007-2009 duidelijk werd waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen.

Plattegrond en indeling

Welgelegen heeft een L-vormige plattegrond. De twee vleugels verschillen van sfeer en stijl:
• de Dreefzijde is ingetogen en heeft een strak ritme
• de Houtzijde, de hoofdfaçade, heeft een monumentaal en uitbundig karakter
Deze vleugel fungeert als de voorkant van het gebouw. De hoge middenpartij wordt verdeeld over twee verdiepingen met een portico (portiek) van afwisselend Dorische en Ionische zuilen, afgedekt door een fronton.
Aan de weerszijden bevinden zich langwerpige zijzalen die lager zijn dan het middendeel, maar verhoogd worden door een opgebouwde daklantaarn. Aan de uiteinden van de zijvleugels bevinden zich twee paviljoens.

De historische keuken

De keuken is altijd het kloppend hart van Paviljoen Welgelegen geweest. Hier kregen gasten een warm onthaal. De oorspronkelijke oude tegels met een hond en een kat benadrukken de huiselijke functie van de keuken.

De opritten

De twee gebogen opritten leiden naar het terras van de zogenaamde bel-etage waarmee de indruk gewekt wordt dat deze hellingbanen bedoeld waren om met koetsen naar boven te rijden. Dat is echter onjuist, want de opritten zijn daarvoor te smal en de voordeur van Welgelegen bevindt zich aan de tuinzijde, eigenlijk dus aan de achterkant van het huis. 
Aan het begin van de opritten zijn vier zandstenen leeuwen geplaatst. Het zijn verkleinde kopieën van de liggende leeuwen aan de opgang naar het Capitool in Rome. De originele beelden waren in het midden van deze eeuw zo verweerd dat ze in 1955 vervangen werden door identieke exemplaren, vervaardigd door de beeldhouwer A. Stolz uit Amsterdam.

Daklantaarns, een nieuw snufje

Het monumentale gebouw verrees tussen 1785 en 1792. In die periode herleefde in de kunst de belangstelling voor de oudheid. Welgelegen moest een tempel van de kunsten zijn. In drie grote museumzalen was een indrukwekkende collectie schilderijen te zien met werken van Italiaanse, Vlaamse, Hollandse en Engelse meesters uit de 16e, 17e en 18e eeuw. De schilderijenzalen waren voorzien van een bovenlicht , voor die tijd een nieuw snufje. Het hoge bovenlicht was bedoeld om de kostbare collectie goed en veilig aan te lichten.

Buiten

Henry Hope imponeerde zijn bezoekers graag. Het front van Welgelegen, de zogenaamde hoofdfaçade, is opgebouwd in drie delen: een westelijk en een oostelijk hoekpaviljoen en een hoog middendeel. In dit middendeel zijn Dorische en Ionische zuilen opeengestapeld. In de blinde nissen tussen de zuilen zijn twee personificaties geplaatst van de ‘Contemplatio’, de beschouwing, de bespiegeling, en van de ‘Meditatio’, de overpeinzing, de overweging.

Beide beelden werden vervaardigd door de Zuid-Nederlandse beeldhouwer Gilles Lambert Godecharle. Godecharle maakte ook de beeldengroepen die op de balustrade staan. De vier kindergroepen verwijzen naar de kunstvormen waarmee Hope zich verbonden voelde, kunstvormen die in het gebouw een belangrijke rol spelen: architectuur, muziek, beeldhouwkunst en schilderkunst. Rond 1870 werd geconstateerd dat de vier beeldengroepen in een slechte staat verkeerden. In 1874 werden ze vervangen door zinken replica’s.

Pracht en praal met een verhaal

Te midden van verschillende allegorische voorstellingen treffen we Apollo nogmaals aan, nu op het centrale bas-reliëf, spelend op zijn lier. Op de beide bas-reliëfs ter weerszijde zijn ‘Mercurius’ en de ‘Kunst van het tuinieren’ weergegeven. In de westelijke vleugel bevindt zich een bas-reliëf met mythologische scènes die de muziek als thema hebben. Hier domineert Orpheus, maar is ook Arion, een Grieks dichter en zanger, waar te nemen.