Interieur

Interieur

Toen Hope Welgelegen liet bouwen, herleefde in de kunst de belangstelling voor de oudheid. Dat is te zien aan het pand zelf, dat in neoclassicistische stijl is gebouwd, maar ook aan de decoraties binnen en buiten. Daarin werd veel aandacht besteed aan thema’s die verwijzen naar de Griekse mythen en sagen.
 

Muzieksalon, Symboliek naar de natuur

De voorliefde van Hope voor deze thema’s komt vooral in uiting in de muzieksalon, de huidige GS-zaal Deze ovale zaal is voorzien van stucpanelen met symbolische voorstellingen van de elementen, aarde lucht vuur en water én van de momenten van de dag; ochtend, middag, avond en nacht.

In het bijzonder rijk gestuukte fries zijn grisailles aangebracht, vervaardigt door Jacques Kuyper(1761 – 1808). Deze schilderingen geven door het gebruik van alleen grijstinten de suggestie van beeldhouwwerk, de voorstellingen hebben hierdoor een bijzondere diepte gekregen.

Samen met de stucwerkpanelen verwijzen de grisailles naar het evenwicht van de natuurverschijnselen. De ovale schilderingen hebben betrekking op de jaargetijden: lente, zomer, herfst en winter. En de rechthoekige schilderingen in het fries verwijzen naar de windrichtingen.

Symboliek in de balustrade

In de grote middenzaal (de Statenzaal) is het stralende hoofd van Apollo (god van het licht, de zon de muziek en de schone kunsten) aanwezig, nu in de balustrade van de omloop. Hij is afgebeeld met een stralenkrans, omringd door ankers die de hoop symboliseren. De ankers (een symbool voor ‘hoop’) verwijzen naar het devies van de familie Hope ‘At Spes Non Fracta’ (‘Maar de hoop is niet gebroken’). Daarnaast is de lier, het lievelingsinstrument van Apollo in het hekwerk aanwezig.

Dit geeft een reliëfwerking, waardoor de voorstellingen een bijzondere diepte hebben gekregen. Ze zijn van de hand van de Amsterdamse schilder Jacques Kuyper. Kuyper was de enige Noord-Nederlandse kunstenaar die heeft meegewerkt aan de decoraties van Welgelegen.

Marmer, scagliola en stucco lustro

Bij de inrichting speelde marmer een belangrijke rol. In het hele pand liet Hope schoorsteenmantels aanleggen van kostbare marmersoorten in die tijd. De decoraties in de schouwen herhalen zich in de wanden, stucwerk en ook de meubels. De trap in het centrale trappenhuis is van marmer uit Carrera, de leuning en balustrade is voorzien van een kunstig houtsnij werk.

De grote schilderijzalen werden in gericht met verschillende soorten marmer en imitatie marmer; scagliola en stucco lustro. Beide imitaties werden in de bouwtijd veel toegepast, handwerk en vakmanschap werden toen hoog aangeschreven, ambachtslieden uit heel Europa werden aan het werk gezet om de zalen te versieren.

Parket

Op de bel-etage is op grote schaal een prachtig parket toegepast; in de muzieksalon zijn naast een bijzonder patroon ook de meest bijzondere houtsoorten toegepast zoals Rozenhout, Padoek, Ahorn, Cuba Mahonie, Moeras en gewoon eiken en Europees Notenhout. Maar ook de parketten in de schilderij-zalen benadrukte de voornaamheid van deze zalen. Bezoekers aan deze zalen in de tijd van Hope kregen veelal slofjes aan om deze zalen voordat men de zalen mocht betreden. Tegenwoordig worden de parketten beschermd door tapijten.

Meubels

Het provinciehuis beschikt over een imposante collectie historische meubels die onlosmakelijk verbonden is met het gebouw. In de vele inventarislijsten uit vervlogen tijden vind je specifieke meubelsets terug. Aan deze meubels is tijdens de restauratie in 2007-2009 grondig onderzoek verricht, de samenstelling van de verf is geanalyseerd, de hand gesmede stoffeernagels zijn onderzocht en minuscule resten van de oorspronkelijke stoffering zijn vergeleken met bovenstaande lijsten. Met al deze kennis is een zo historisch mogelijke reconstructie gemaakt van de best bewaarde exemplaren. Deze staan nu opgesteld in de Hope-kamer in het museale gedeelte. De overige meubels zijn zo gerestaureerd dat ze nu als gebruiksmeubilair fungeren.

Comfortabel zitten op tientallen kilo’s paardenhaar

Wie had dat nou verwacht? In de zitbanken van de voormalige muzieksalon van Henry Hope zitten echt tientallen kilo’s gekruld paardenhaar. Vroeger waren er geen springveren en het gekrulde haar geeft hetzelfde zitcomfort, zo is gebleken.

Kleuronderzoek en behang

Tijdens de restauratie werkzaamheden werd er kleuronderzoek gedaan in een groot aantal vertrekken. Met een scalpel werden voorzichtig de verflagen één voor één afgekrabd om tot de eerste oorspronkelijke verflaag te komen. Welgelegen stond bekend om zijn uitgesproken kleurenpallet. Mede in het verlengde daarvan is de omvangrijke historische meubelcollectie gerestaureerd, terwijl de stoffering van de vertrekken met zorg werd afgestemd op het beeld wat bij het 18de -eeuwse gebouw past.

Ook werden tijden deze werkzaamheden behangfragmenten gevonden uit de bouwperiode van Welgelegen. De gevonden fragmenten zijn van een uitzonderlijke hoge kwaliteit en geven veel informatie over het kleurgebruik in het gebouw Twee van deze bijzondere fragmenten zijn gekopieerd en opnieuw gebruikt bij de huidige inrichting.