Kunstcollectie

Kunstcollectie

Eeuwen later is nog steeds is de kunstminnende geest van de achttiende-eeuwse bankier Henry Hope voelbaar. Naast enkele werken uit de Hope-verzameling(schilderijen en beelden), bevat deze collectie ook de door Noord-Hollandse gemeenten geschonken kunstwerken (1930).

Later kocht het provinciebestuur regelmatig kunstwerken aan, aanvankelijk als verfraaiing van het monumentale gebouw, maar later als onderdeel van het provinciaal kunst- en cultuurbeleid. Een belangrijk deel van de Provinciale Kunstcollectie is in Paviljoen Welgelegen ondergebracht.
Zo is een bijzonder gevarieerde collectie ontstaan, die de moeite van het bekijken meer dan waard is.

De collectie van Henry Hope

Hope had, naast de loden beelden in de tuin, een grote en waardevolle kunstverzameling. Minder bekend is hoe en wanneer hij zijn verzamelactiviteiten begon. Het is goed mogelijk dat de bankier pas werkelijk een begin maakte met zijn verzamelactiviteiten nadat hij het plan had opgevat Welgelegen te bouwen. In deze visie zou hij op zoek zijn geweest naar een verzameling om er zijn Haarlemse zomerverblijf mee te kunnen vullen.

Het grootste gedeelte van de verzameling bestond uit Italiaanse schilders. Hij bezat werk van onder meer Annibale Carracci, Michelangelo, Perugino en Rafael. Daarnaast bestond de collectie uit Hollandse en Vlaamse meesters; Ferdinand Bol, Govert Flinck, Frans Hals en Adriaan van der Werf. Maar ook Engelse kunstenaars werden door hem aangekocht zoals Gavin Hamilton, Guy Head en Jacob More.

Toen Henri Hope in 1794 voor het Franse leger moest uitwijken, nam hij ‘de ziel van Welgelegen’, zijn kunstverzameling, mee naar Engeland. Slechts een paar kunstwerken bleven in Haarlem achter, als onlosmakelijk deel van en behorend bij het monumentale gebouw.

De achtergebleven schilderijen

In het trappenhuis sieren drie monumentale schilderijen die precies op maat werden gemaakt om in de gestuukte omlijstingen passen. De schilderijen zijn kopieën die Guy Head(1753-1800) in opdracht van Hope maakte. Head kopieerde werken van Guido Reni en Caracci: ‘Aurora’, ‘De triomftocht van Bacchus’ en ‘het verscheuren van de Nemische leeuw’. Deze werken zijn de enige schilderijen die nog op Paviljoen Welgelegen aanwezig zijn.

‘Triomftocht van Bacchus’ met restaurateur

Beelden in de tuin

Vier jaar voordat met de bouw van Welgelegen werd begonnen, bestelde Henri Hope bij de Romeinse beeldhouwer en metaalgieter Francesco Righetti twaalf kopieën van beroemde beelden. Het is niet duidelijk of Hope deze bestelling plaatste vóór of na de aankoop van de Laocoöngroep. Aan het einde van de achttiende eeuw trof men replica’s van deze (en andere) beelden in tal van collecties aan in Engeland en Europa.

De waarschuwing van Laocoön

De mythe van Laocoön wordt beschreven door Homerus in zijn heldendicht over de Trojaanse oorlog, de Illias. Laocoön was een Trojaanse priester, die als enige waarschuwde tegen het ‘paard van Troje’. Het enorme houten paard was achtergelaten door de Grieken, die na een belegering van negen jaar opeens het strijdtoneel hadden verlaten. Hij geloofde niet dat de Grieken na negen jaar van belegering de strijd zomaar opgaven. Laocoön waarschuwde de stedelingen en noemde het geschenk een valstrik.

De godin Athene, die op de hand was van de Grieken, ontstak in toorn (woede) over de houding van de priester en zond twee grote zeeslangen op Laocöon af. Deze reusachtige monsters omklemden Laocoön én zijn beide zonen, zodat zij verstikten.
Het vervolg is bekend: de Trojanen haalden het houten paard binnen hun muren. De Griekse soldaten die erin verborgen zaten overvielen de Trojanen en openden de stadspoorten voor hun krijgsmakkers.

Righetti, die gespecialiseerd was in het maken van afgietsels, maakte de loden beelden in Rome waarna ze verscheept werden naar Haarlem. De opdracht betrof beelden die aan het einde van de achttiende eeuw zeer in de smaak vielen zoals: Venus (in het bezit van de Medici), Amor met boog (Capitool), Mercurius (van Giovanni Bologna), Venus en Amor (Vaticaan)

Materiaalgebruik

Aanvankelijk was het lood van de beelden niet gelakt of bewerkt. Binnen het classicistische schoonheidsideaal had men echter geen waardering voor het eigen karakter van het zilvergrijze of geoxideerde lood. Vandaar dat aan het begin van de negentiende eeuw loden beelden met loodwit werden beschilderd. Hierdoor leken ze, zo vond men, getrouwe kopieën van hun witmarmeren voorbeelden.

De loden beelden zijn te kwetsbaar gebleken om buiten te staan. Ze zijn samen geschonken aan het Rijksmuseum in Amsterdam, waar ze een prachtige plek hebben gevonden. U kunt er niet omheen; na binnenkomst in het museum is de “Laocoön” het eerste beeld dat u ziet.
De provincie heeft bronzen kopieën laten maken, deze staan verdeeld over de tuin en in het paviljoen. De Laocoöngroep prijkt, zoals altijd, op het voorplein.

Lees hier meer over De Laocoöngroep (PDF)

1930 – De geschenken

In 1923 werd het Paviljoen Welgelegen voorgesteld om dienst te doen als provinciehuis. Omdat het Paviljoen een lange tijd leeg had gestaan, was de algehele conditie van het gebouw verslechterd. Ook de aankleding liet te wensen over. Rijksbouwmeester Ir. G.C. Bremer bedacht hiervoor een mooi plan. Hij vroeg de gemeenten in Noord-Holland om giften. Veel gemeenten gaven gehoor aan zijn oproep en gaven (gezamenlijke) geschenken.
In het hoofdstuk over ‘het Provinciehuis van Noord-Holland’ is te lezen hoe dat in zijn werk ging.

Kroonluchter

De kroonluchter die bij binnenkomst in de centrale hal hangt, hing aanvankelijk op buitenplaats Beeckestijn in Velsen-Zuid. Toen haar functie als museum verviel, heeft de kroonluchter, net als alle andere kroonluchters, een passend onderkomen gevonden op Paviljoen Welgelegen. Tegenwoordig doet Beeckestijn weer dienst als museum.

De huidige collectie

De collectie van het bestuur van de provincie Noord-Holland(de officiële benaming) beslaat tegenwoordig een dwarsdoorsnede van Noord-Hollandse kunstenaars of kunstenaars die zich lieten inspireren door Noord-Holland als thema. Deze collectie die is opgebouwd vanaf 1930 is grotendeels te zien in het kantoorgebouw van de provincie aan het Houtplein.

Het Paviljoen is vanaf de bouw een inspiratiebron geweest voor kunstenaars, in de expositie ‘Welkom in Welgelegen’ ziet u hier bijzondere voorbeelden van. U ziet hier prenten uit de bouwperiode tot de opdrachten die door eigentijdse kunstenaars zijn uitgevoerd. Hieronder ziet u Paviljoen Welgelegen door de ogen van Marinus Fuit(2012).